Colombia begon zes jaar geleden met het terugsturen van militairen en politie naar gebieden waar de staat decennialang afwezig was geweest. Langzaam maar zeker veroverde het leger gebieden van de FARC-guerrilla. Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking bezocht een ontwikkelingsproject dat Nederlandse steun krijgt.
Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking bezoekt Peurto Toledo in Colombia.
Puerto Toledo ligt er troosteloos bij. De straten zijn leeg. Bars, discotheken en gokhuizen zijn gesloten, de eigenaars vertrokken. In het enkele café dat nog over is, wachten biljarttafels op klanten.
Werkloze mannen kaarten aan een tafeltje. "Vroeger was het hier een drukte van jewelste," zegt Álvaro Balcázar van een ontwikkelingsorganisatie van de overheid. "De winsten uit de verbouw van coca, de grondstof voor cocaïne, werden in deze tenten verbrast. Nu er geen coca meer is, zijn veel mensen weggetrokken." Van de 10.000 inwoners zijn er volgens buurtbewoners maar 2000 gebleven.
La Macarena
Puerto Toledo ligt in La Macarena, een prachtig natuurgebied van 34.000 vierkante kilometer in het centrum van Colombia dat bekend staat als de wieg van de rebellenbeweging FARC. Tientallen jaren was de staat hier afwezig. Tien jaar geleden droeg de regering het gebied zelfs geheel aan de guerrilla over om vredesoverleg mogelijk te maken. De FARC versterkte zich en terroriseerde de bevolking. Wie geen coca wilde verbouwen of kritiek gaf, werd berecht en vaak geëxecuteerd. Toen president Álvaro Uribe in 2002 aan de macht kwam, begon het leger met een herovering. De oostelijke helft van La Macarena is nu min of meer onder controle van de militairen.
In Puerto Toledo is het sinds een jaar of twee rustig. Nu wacht een andere zware taak: ontwikkeling van het gebied. Eenvoudig is het niet. De coca is weg en de dorpelingen moeten leren maïs en cacao te verbouwen. Kredieten voor zaaigoed zijn moeilijk te krijgen en de slechte wegen maken transport naar de markt peperduur. "De hele infrastructuur hier is opgebouwd door de FARC en gericht op oorlogvoering," zegt Balcázar, die de projecten op elkaar afstemt. "Alles moet opnieuw worden ontwikkeld." Nederland is een van de financiers en daarom leidt Balcázar een Nederlandse delegatie rond, waarvan minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders deel uitmaakt.
Wantrouwen
Na het heroveren van het gebied komen politieposten en vertegenwoordigers van justitie terug, daarna worden ontwikkelingsprojecten opgezet. Het blijkt een langzaam proces. Minstens zo moeilijk als de fysieke strijd van de militairen tegen de guerrilla is het terugwinnen van het vertrouwen. De dorpelingen zagen de soldaten als degenen die hen van hun inkomen hadden beroofd door de coca weg te halen. In Puerto Toledo demonstreerden duizenden boeren tegen de besproeiing. "Tot een half jaar geleden verkochten ze ons nog geen blikje frisdrank," zegt een soldaat. Veel dorpelingen hebben bovendien nog familie bij de FARC.
"Ik vind het goed dat de coca weg is," zegt Jesus Alveiro uit het dorp Santo Domingo, een aantal kilometers verderop. "Maar we moeten er wel iets voor in de plaats krijgen." Alveiro is met boeren uit de hele omtrek bij elkaar gekomen in het dorpshuis om minister Koenders te ontmoeten. Ze zijn blij dat er geen guerrilla meer is, maar ze klagen ook. Over gebrek aan zaaigoed, te weinig kredieten, tekort aan machines en vooral: slechte wegen. Sommige families hebben een goede maïsoogst dit jaar, maar ze kunnen het gewas niet transporteren. "Ze hebben de coca weggehaald en nu staan we er alleen voor." En dat is wennen. Decennialang werd de coca voor hun deur opgehaald.
Vervolg
"Het veiligheidselement moet meer worden verbreed naar sociale en economische veiligheid," zegt minister Koenders na afloop. "Nederland helpt nu met een relatief klein programma om te zorgen dat er meer voedselzekerheid komt, en we moeten kritisch kijken of dat een vervolg kan hebben."
