The First Town in the First State, de eerste stad in de eerste staat. Het Amerikaanse dorpje Lewes, ooit gesticht door Hoorner walvisvaarders, slaat zich met die kreet trots op de borst. Zeker nu Amerika en Nederland dit jaar hun 400-jarige vriendschap vieren. Maar achter het tromgeroffel gaat een bloedig verhaal schuil, over een fataal misverstand...
Het tafereel bestaat uit een strook groen, de bescheiden Road 267 en een riviertje. Zoals bijna altijd aan deze oceaankust loeit de wind van zee naar land. Tussen de bomen die water en asfalt scheiden, is een metershoog brok graniet geplaatst. Daarop de inscriptie: 'Here was the cradling of State'. Amateurhistoricus Coen Blaauw: "We staan hier bij de wieg van Delaware. Dat deze mini-staat bestaat, is te danken aan de vestiging van een clubje walvisvaarders in 1631."
Dampend moeras zonder walvissen
Blaauw is een man van levende geschiedenis, van kleurrijke details en mijmeringen. Zo Amerikaans is hij na ruim twintig jaar in zijn nieuwe vaderland wel geworden. "28 walvisvaarders, avonturiers, harde jongens, op zoek naar beter bestaan. Ze dachten dat ze dat hier aan de andere kant van de oceaan konden vinden. Het enige wat ze gezien moeten hebben, was een dampend moeras dat vergeven was van muskieten. Ze noemden het optimistisch: Swanendael."
We staan bij de landingsplaats van bijna vier eeuwen geleden. Blaauw: "Het was warm, het was nat. Toch moeten ze hier toekomst hebben gezien. Het plan was om langs het water tabak en graan te verbouwen en het werk neer te gooien zodra er een walvis in zicht kwam. De boten lagen klaar voor vertrek. Ironisch genoeg is er nooit één walvis verschenen."
Roodwitte luikjes
Het Lewes van vandaag is een alleraardigst dorpje. Het schijnt bewoont te worden door relatief veel gepensioneerde CIA-agenten uit Washington DC. Het heeft zeker voor Amerikaanse begrippen opmerkelijk veel historie te bieden. Het is zo populair is onder gefortuneerde gepensioneerden dat de prijzen van de mooie Victoriaanse huizen de laatste jaren de pan uit rijzen. De autonummerborden vertellen trots dat de chauffeur uit ‘The First State' komt, maar informeer bij een willekeurige bewoner van Lewes naar de Hollandse dagen en je krijgt vooral vraagtekens als antwoord.
"Oh yeah...", verzucht mevrouw Lynch van het plaatselijke Swanendael Museum. "Altijd maar weer die Zweden. Maar die landden noordelijker, in Wilmington. En ook nog eens vele jaren later. We zijn Hollands hier, and nothing else." Lynch werkt in het pronkstuk van het schone dorpje, haar museum is een replica van het voormalige stadhuis van Hoorn. Gebouwd in 1931, om drie eeuwen na dato de Hoorner walvisvaarders te eren. Het gebouw is zo Hollands als maar kan, inclusief gezellige roodwitte luikjes voor de ramen.
Mastiff
"Dit museum herbergt een belangrijk schilderij", vertelt Coen Blaauw. We zien de landing van de walvisvaarders afgebeeld. "Zie je de metalen pijp op die stok en die grote hond, de mastiff? Kijk er even goed naar." Mrs. Lynch:"Je weet toch wel van wie het land eigenlijk was, wie hier oorspronkelijk woonden?" De museumstukken laten naast het schilderij klompen en schaatsenrijders zien, en portretten van koninging Beatrix en haar voorouders. Details over het einde van Zwaanendaal worden diplomatiek buiten beeld gehouden.
Metalen pijp
"Hebbes", roept de historicus met enige opwinding over het grafveld. Op het stokoude, indrukwekkende kerkhofje voor de St. Peter's Church Episcopal Church staan tientallen verweerde zerken. Schots, scheef en gebarsten, enkele maar dertig centimeter hoog; kinderen en armen. "Deze vrouw overleed in 1631, dit is het jaar waarin het mis ging." Blaauw leunt eens tegen de houten kerkpoort en gaat er goed voor staan. "Dat schilderij hè, die metalen pijp ..."
Uiteindelijk, zo vertelt hij, was het in een paar uur gedaan met de mooie droom van de first settlement in wat later Delaware zou worden. Een snelkookpan, een orkaan van geweld. Blaauw: een Indiaan had zijn oog laten vallen op het ijzeren pijpje op de paal met het Hollandse wapen. Hij nam het mee en dat wekte de woede van de kolonisten. De Indianen onthoofdden vervolgens hun vriend ten teken van berouw. Dat ging de Nederlanders weer te ver en dat lieten ze merken. De indianen begrepen er niets van. Zo nam de spraakverwarring toe. Een stom misverstand, dat was eigenlijk alles."
Geweldsinferno
De natives verlieten het debat en kwamen een poosje later terug. Als vrienden, zo leek het. Eenmaal binnen sloegen de indianen alles en iedereen kort en klein. "Met grof geweld, mannen werden letterlijk in mootjes, in stukjes gehakt. De hond had het kunnen voorkomen. Daar waren de indianen doodsbang voor. Maar die lag aan de ketting, het duurde 28 pijlen voor hij dood was."
Het geweldsinferno betekende het einde van de Hollandse droom in de Delaware Bay. De huizen waren platgebrand, de kolonisten dood. Blaauw: "Maar ondanks alles is dit het begin geweest van iets wat we vandaag de dag kennen als The First Town in the First State. Lewes, Delaware, formerly known as Swanendael. Daar mogen we best een beetje trots op zijn."
Een historische toer door Lewes, Delaware
Meer over: Coen Blaauw, Delaware, Hudsonjaar, Lewes, New York 400, Swanendael, walvisvaarders
