De Amerikaanse president George W. Bush heeft zondag nieuwe wetgeving ondertekend die het afluisteren van communicatie tussen personen in de VS en mogelijke terreurverdachten in het buitenland legaliseert. Zaterdag was de wet na een maandenlange discussie aangenomen door het Huis van Afgevaardigden, eerder vorige week ging de Senaat al akkoord. De nieuwe wetgeving heeft hoofdzakelijk betrekking op de grootste maar tegelijkertijd een van de minst bekende Amerikaanse inlichtingendiensten: de National Security Agency (NSA).
|
Afluisterdienst NSA: 'No Such Agency' |
Echelon
Voor de aanslagen van 11 september 2001 kreeg de NSA al meer bekendheid door de ophef over een afluisterprogramma waarbij wereldwijd telefoon- en e-mailverkeer werd onderschept. Die activiteit kreeg in de buitenwereld de naam 'Echelon', hoewel dat vermoedelijk niet de ware naam was. 'Echelon' zou alleen maar de naam zijn van het gebruikte softwaresysteem waarmee uit de tientallen miljoenen onderschepte boodschappen en berichten relevante informatie werd uitgefilterd op basis van zogeheten 'rode woorden' - trefwoorden die van belang zouden kunnen zijn.
Juridisch kader
Na 11 september 2001 kreeg het werk van de NSA om begrijpelijke redenen extra prioriteit, extra middelen, en extra personeel. Extra bevoegdheden waren niet nodig, de NSA had toch al feitelijk een carte blanche voor haar activiteiten. Dat wil zeggen, tot januari 2007. Toen besloot de regering-Bush om de activiteiten van de NSA voor het eerst een juridisch kader te geven; de dienst moest voortaan voldoen aan de bepalingen van de Wet op de Buitenlandse Inlichtingenactiviteiten, de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) en activiteiten moesten voortaan worden goedgekeurd door een (overigens geheime) FISA-rechtbank.
In theorie was dat een nobele daad van het Witte Huis, maar in de praktijk bleek het effect rampzalig. De FISA-wet dateert uit 1978, een tijdperk toen er nog geen e-mail, internet of GSM's bestonden. De wet bleek niet opgewassen tegen de praktijk van afluisteren volgens de 'stofzuigermethode' waarbij uit tientallen miljoenen berichten de juiste informatie moet worden gefilterd. Naar verluidt moest de NSA sinds januari voor ieder wissewasje apart toestemming vragen van de FISA-rechtbank, een bureaucratische nachtmerrie dus vanuit de optiek van de inlichtingenwereld.
Wassen neus
Nu is dan na veel discussie in het Amerikaanse Congres de wet aangepast aan de moderne tijden, maar daarmee lijken de problemen niet voorbij. De NSA mag alleen inlichtingen verzamelen in het buitenland. Maar wat gebeurt er als een op zich gewone Amerikaanse staatsburger vanuit de VS een telefoongesprek voert met een mogelijke terreurverdachte in het buitenland of van die persoon een e-mail ontvangt? De NSA mag dan eigenlijk alleen kijken naar het 'buitenlandse deel' van de communicatie, maar in de praktijk is dat natuurlijk een wassen neus. In eerste reacties in de VS zelf maken privacyactivisten zich dan ook zorgen, en datzelfde geldt voor internetproviders die zich opeens verplicht zien om de NSA in staat te stellen al het elektronisch dataverkeer dat vanuit of via de VS verloopt te monitoren.
Formeel bezwaar EU?
Vanuit de Europese Unie is nog geen officiële reactie gekomen, maar verwacht wordt dat er op de een of andere wijze formeel bezwaar wordt aangetekend tegen de Amerikaanse wetgeving, die immers ook op Europese staatsburgers betrekking heeft. De nadruk ligt daarbij op het woordje formeel, want al decennialang wordt stilzwijgend aanvaard dat álle geïndustrialiseerde landen berichtenverkeer afluisteren, al dan niet afgedekt door keurige wetgeving.
Dat geldt ook voor Nederland waar de NSO (Nationale Signals Intelligence Organisatie) relevant satellietverkeer onderschept op basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Maar met een geschat aantal medewerkers van honderd en twintig onderscheppings-schotels in het Friese Burum is de Nederlandse NSO maar een middelgrote speler op het wereldtoneel van inlichtingen, die bovendien geen eigen analysecapaciteit heeft: de onderschepte berichten worden onbewerkt doorgegeven aan de civiele inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD en haar militaire evenknie, de MIVD.
