Hoe had ons klimaat eruit
gezien als de Industriële Revolutie nooit had plaatsgevonden?
Als de mensheid geen grote hoeveelheden CO2 en andere vervuilende
gassen uitstootte? Vragen waarmee een groep binnen- en buitenlandse
meteorologen al ruim twee jaar worstelt. De antwoorden hopen de
onderzoekers te vinden in de honderden scheepsjournalen die tussen
1750 en 1850 zijn geschreven.
Meestal bekijkt het KNMI radarbeelden en computermodellen, maar maritiem meteoroloog Frits Koek zit al twee jaar met zijn neus in oude scheepsjournalen. Hij hoopt meer te weten te komen over het weer op de oceanen van voor 1850, het begin van de Industriële Revolutie. De uitvinding van de stoommachine en de daaropvolgende industrialisatie hebben de omstandigheden op aarde veranderd. Dat staat vast. "De hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer is toegenomen. En we weten dat CO2 bijdraagt aan de opwarming van de aarde."
|
Voor 1850 was de uitstoot van schadelijke stoffen minder. De wereldbevolking was kleiner. De zeeën waren nauwelijks vervuild. Maar betekent dit ook dat het weer anders was dan nu? Voor de bestudering van die pre-ïndustriële periode, het zogeheten Cliwoc-onderzoek, gebruikten wetenschappers de maritieme archieven van onder meer Nederland, Engeland en Frankrijk. Landen met een lange zeevaarthistorie.
Scheepsjournalen bleken een schat aan informatie te bevatten. In het logboek dat tijdens iedere reis werd bijgehouden, noteerde de kapitein niet alleen gegevens over de lading of gebeurtenissen onderweg. Enkele keren per dag beschreef hij de weersomstandigheden: regen of zon, de windrichting, windkracht, de koers en de afgelegde afstand. Een zeereis van bijvoorbeeld Nederland naar de Oost kon enkele jaren duren. Op basis van die nauwkeurige notities ontstaat een beeld van de verschillende weerssituaties op zee. Van stormen en lange perioden van windstilte.
Spitwerk
"Honderden scheepsjournalen
hebben we doorgespit. Onder meer in het Nationaal Archief in Den
Haag en het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. Vanaf 1750 hebben we
alle weersgegevens geïnventariseerd en opgeslagen in
computers", zegt Koek. Een ingewikkelde klus. "We moesten niet
alleen oude handschriften leren lezen, maar ook de
scheepvaarttermen uit die tijd leren begrijpen en gebruiken."
Labberkoelte
Thermometers en barometers raakten pas
rond 1800 in zwang. Maar de kwetsbare instrumenten waren
onbetrouwbaar en gingen snel stuk. Zeelieden duidden het weer
vooral aan de hand van de hoeveelheid zeil die het schip kon
voeren. Koek had er met zijn maritieme achtergrond weinig moeite
mee, maar zijn collega's moesten toch even wennen. Vooral
benamingen van windsnelheden zorgden voor problemen.
Met enige oefening zijn ze vrij makkelijk te begrijpen, zegt de Nederlandse meteoroloog. "Heel flauwe wind heet in scheepsjournalen een ‘labberkoelte'. Iets meer wind, kracht 2 of 3, is een ‘boven bramzeils koelte'. Bij zware storm of een orkaan werden de zeilen zo klein mogelijk gemaakt. Gereefd. Vandaar de term ‘driedubbel gereefde onderzeilse koelte'." In ruim driekwart van de logboeken staan de windsnelheden op deze manier beschreven.
Beaufort
|
|
|
|


