Een radicale operatie helpt mensen met suikerziekte in een keer van lastige complicaties af. Die worden veroorzaakt door de insuline die suikerpatiënten dagelijks injecteren, in aanvulling op de niet of slecht functionerende alvleesklier (pancreas). Die injecties helpen prima, maar op lange termijn ontstaan vaak serieuze gezondheidsproblemen aan ogen, hart en voeten. Een dubbele transplantatie is het alternatief.
|
"Ik was op de fiets onderweg van Haarlem naar Hillegom en halverwege stopten mijn benen. Ik kon de pedalen niet meer rondtrappen en viel gewoon letterlijk van mijn fiets af. Ik had een verkramping." Jan van Breenen (49) uit Lisse herinnert het zich nog als de dag van gisteren, die eerste keer dat hij merkte dat er iets goed mis was met zijn lichaam. Al snel bleek dat hij diabetes had. Het was 1971, hij was 18. Met behulp van insuline-injecties hield hij het 25 jaar vol, maar in 1995 lieten zijn nieren het afweten. Hij moest gaan dialyseren - een alternatieve manier om de afvalstoffen uit je lichaam te filteren. Jan van Breenen vond het vreselijk. "Op dat moment stort je wereld even in. Je denkt ‘nou is ‘t gebeurd. Ik kan achter de geraniums gaan zitten'."
|
Zo'n vaart liep het echter niet. Het dialyseren bleek niet zo'n handicap te zijn als Jan had voorzien. Hij kon zelfs blijven werken, maar de kwaliteit van zijn nieren ging verder achteruit en uiteindelijk bood ook dialyse niet meer voldoende soelaas. Er moest getransplanteerd worden en Van Breenen kreeg de keus om alleen een niertransplantatie te ondergaan of een zogenoemde dubbeltransplantatie van zowel nier als alvleesklier. "De keuze was voor mij gemakkelijk. Als het dan toch moest gebeuren, dan maar dubbel."
Door de dubbeltransplantatie herstelt de nierfunctie, waardoor diabetes geneest. De nieuwe alvleesklier maakt in het lichaam van de patiënt weer insuline aan, waardoor de complicaties van diabetes, zoals hart- en vaatziektes, problemen met ogen, handen en voeten, verdwijnen.
"Aanvankelijk was het een moeilijke operatie", zegt dr. H. de Fijter, transplantatiechirurg aan het LUMC te Leiden. "In 1986 zijn we er in Nederland mee gestart en nu zijn er wereldwijd zo'n 15.000 operaties uitgevoerd. Hier op het LUMC hebben we er nu zo'n 250 gedaan, dus van een moeilijke operatie is het ongeveer een routineprocedure geworden."
Stapje voor stapje beter
Jan van Breenen ging in oktober 1997 onder het mes. Hij heeft er nooit spijt van gehad. "De operatie zelf en de weken erna waren absoluut geen pretje, maar uiteindelijk is het me toch meegevallen. Direct na de transplantatie merkte ik aan allerlei dingen dat het stapje voor stapje beter ging."
Niet iedereen heeft zulke positieve verhalen over de ingreep, maar een ruime meerderheid van de patiënten heeft baat bij de operatie. De Fijter is zelf ook zeer tevreden. "Over de afgelopen zes jaar is 95 procent van de patiënten na het eerste jaar nog in leven." De getransplanteerde organen werken ook goed. Zowel de nier als de alvleesklier functioneert vaak op een niveau van 90 procent. Maar het allerbelangrijkste is het resultaat op lange termijn, zegt de transplantatiedeskundige. "Als we kijken naar de resultaten na 5 jaar, dan werkt 70 tot 75 procent van de getransplanteerde alvleesklieren nog steeds. Dus kun je spreken van een langdurige opheffing van diabetes."
Diabetes af
Ook Jan van Breenen kan zich nu ex-diabetespatiënt noemen. Hij moet nog wel iedere dag veel medicijnen slikken, onder andere om te voorkomen dat zijn donororganen worden afgestoten, maar dat vindt hij helemaal niet erg. "Voor de operatie moest ik iedere 6 uur dialyseren, ieder 6 uur bloedsuiker controleren en insuline spuiten. Daar had ik zowat een dagtaak aan en je was altijd met je ziekte bezig. Dat is nu toch wel anders, ook al moet ik medicijnen slikken. Tegen afstoting en tegen de problemen die door mijn diabetes zijn ontstaan, met de ogen, voeten, maag en hart. Problemen genoeg, maar ze zijn tot stilstand gekomen. En was ik niet getransplanteerd, dan vraag ik me af of ik er nog wel geweest was. Ik denk het niet, of in een zeer slechte toestand."
Preventief ingrijpen
De medicatie tegen afstoting kan zeer vervelende bijwerkingen hebben. Het maakt patiënten gevoeliger voor infecties en kanker. Bij jonge mensen kan het leukemie veroorzaken, bij ouderen huidkanker. Toch wil De Fijter een nieuwe weg gaan bewandelen, die van 'preventief ingrijpen'. "Het idee is een alvleeskliertransplantatie aan te bieden op jongere
leeftijd, voordat er grote problemen ontstaan met de nieren en het hart- en vaatsysteem. Infecties kunnen we namelijk steeds beter in bedwang houden. Op huidkanker kun je goed controleren en je kunt ingrijpen zodra het nodig is."
Zo wordt een alvleeskliertransplantatie in de toekomst waarschijnlijk een kwestie van een goede afweging maken. Voor Jan van Breenen ligt de zaak eenvoudig. "Achteraf kan ik zeggen dat, als ik op een eerder tijdstip alleen een alvleeskliertransplantatie had kunnen ondergaan, ik dat dan had gedaan. Het had mij veel ellende bespaard met dialyse en met mijn hart en maag. En wat ook belangrijk is: de nier was dan naar iemand anders gegaan. Dan had je misschien wel twee levens kunnen redden in plaats van één!"
|
|
|
Meer over: alvleesklier, diabetes, leiden, nier, operatie, patienten, suikerziekte, ulmc

