Radio Nederland Wereldomroep

Nederlands > NIEUWS > Nederland > Wetenschap

Gedragsproblemen grotendeels erfelijk

Door René Thijsse

19-02-2008

Gedragsproblemen bij jonge kinderen worden grotendeels erfelijk bepaald. Dit is de belangrijkste conclusie van een onderzoek onder leiding van Prof. Dr. D.I. Boomsma naar tweelingen.

boompje240.jpg
Dorret
Boomsma
Dorret Boomsma, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, is oprichtster van het Nederlands Tweelingen Register. Daarin zijn sinds 1987 gegevens opgeslagen van zo'n 40000 tweelingen. Zij deed onderzoek naar onderwerpen als intelligentie, angst en depressie, roken en drinken en hart- en vaatziekten.

Eeneiige tweelingen zijn interessant voor wetenschappers, omdat zij genetisch identiek zijn.

ADHD
De belangrijkste conclusie van het onderzoek luidt dat gedragsproblemen bij jonge kinderen grotendeels erfelijk worden bepaald. De tijd dat ouders van alles fout hebben gedaan als hun kinderen ADHD ontwikkelen, lijkt dus voorbij. Boomsma: "Het is veel te makkelijk te zeggen dat ouders tegenwoordig van alles fout doen. Uit ons onderzoek blijkt dat omgevingsfactoren niet van doorslaggevende betekenis zijn." Omgevingsfactoren zijn invloeden van buitenaf op een individu.

tweej_350.jpg
Louis (links) en David Raaymakers 
Iedereen schijnt een dubbelganger te hebben, maar
voor tweelingen is dat zeker. Voor de presentatie van
het boek zijn meer dan honderd tweelingen uitgeno-
digd die hebben meegedaan aan het onderzoek. Een
aantal van hen heeft zich identiek uitgedost, waar-
door de één niet van de ander is te onderscheiden.
De tienjarige tweeling Louis en David Raaymakers
dragen nooit dezelfde kleding. Moeder Berny doet dat
met opzet. Berny Raaymakers: "Ze zijn dan wel een
tweeling, maar het is zeer belangrijk ze als individuen
op te voeden. Ik zorg er altijd voor dat ze zich
verschillend kleden en dat ze verschillende kleuren
dragen. Het blijven tenslotte individuen: Louis heeft
bijvoorbeeld een schoonheidspukkeltje bij zijn lip,
David niet. Louis speelt liever buiten en houdt meer
van warm eten dan David." Maar de overeenkomsten
voeren toch de boventoon. Zo hebben ze nagenoeg
dezelfde rapportcijfers en zijn al hun melktanden
op hetzelfde moment gewisseld. Ook moeten ze
tegelijkertijd naar het toilet.
Foto's: René Thijsse/RNW
Het zit ‘m dus in de erfelijke aanleg van het kind. Vervolgens kunnen er omgevingsfactoren zijn die bepaalde zaken versterken. Boomsma: "We verwachtten dat bij jonge kinderen het ouderlijk milieu van invloed is, en als ze ouder worden, de genen een rol gaan spelen. Dat is bij gedragsproblemen dus helemaal niet het geval."

Ook angsten en depressies blijken deels genetisch bepaald. Onze ouders geven ons het genetisch materiaal mee. Bij de één ligt daarin de aanleg voor depressie besloten en bij de ander niet. Je hebt mensen die de meest vreselijke dingen meemaken en niet depressief worden, terwijl anderen zeer snel van streek raken.


Intelligentie
Intelligentie is volgens Boomsma een eigenschap die zich afwijkend gedraagt. Bij kinderen van een jaar of zeven blijkt de invloed van genen minimaal. Het milieu waarin het kind opgroeit, is van doorslaggevender belang. Boomsma: "Naarmate kinderen ouder worden, verandert dat. De invloed van het ouderlijk milieu neemt af. In de pubertijd is het ‘t eigen erfelijk materiaal dat het IQ, de intelligentie, bepaalt.

Op oudere leeftijd neemt de invloed van genetische aanleg toe. Maar ook de wijze waarop je veroudert, hangt voor een groot deel af van je erfelijke aanleg."
 

twee_350.jpg
De tweeling Aafje en Tine Vlaar lijken als twee
druppels water op elkaar. Ze kleden zich niet met
opzet hetzelfde, maar kiezen opvallend vaak dezelfde
kledij. Aafje: "We doen het bij toeval. We weten het
niet van elkaar en als we elkaar ontmoeten, is het
opvallend om te zien. Zij een sjaaltje om, ik een
sjaaltje om, zij in het grijs, ik in het grijs."
"Dat is intuïtie, het zijn de genen die het werk doen",
vult Tine aan. "We houden op dezelfde manier het
glas vast, en zitten we naast elkaar, dan zitten we
precies op dezelfde manier." Toch zijn er natuurlijk
verschillen: de één is wat dominanter dan de ander.
"Maar we hebben ook alle twee net een nieuwe
heup, het is ongelooflijk", zegt Aafje....of Tine.

Verhouding
Het is te ingewikkeld om precies de verhouding weer te geven tussen erfelijke aanleg en omgevingsfactoren. Boomsma:"Wat je hebt aan genetisch materiaal, moet tot expressie komen. Lichaamslengte is erfelijk bepaald, omdat wij ons in Nederland in een omgeving bevinden, die onze groei niet meer afremt. Als ik in een omgeving zit en ik heb de genetische aanleg om alcoholist te worden, maar er is geen drank te koop, komt de aanleg niet tot expressie."

Allerlei leefgewoonten zoals roken en drinken, blijken ook grotendeels genetisch bepaald. Het is dus te makkelijk te zeggen ‘eigen schuld, dikke bult'. Als het erfelijk is bepaald, zul je dat gedrag op een andere manier moeten proberen te beïnvloeden. Het heeft volgens Boomsma weinig zin om iemand bestraffend toe te spreken die moeite heeft om te stoppen met roken. Als dat niet lukt, hoeft het dus niet te liggen aan een gebrek aan wilskracht. Boomsma:"Dit is geen goede aanpak om het gedrag van dat soort mensen te veranderen. Je moet zoeken naar een andere benadering.

Te dik
In het boek staan ook passages over gewicht en overgewicht. Eeneiige tweelingen werden veertien dagen opgesloten. Ze kregen allemaal veel te veel eten. Er waren paren die vier kilo aankwamen, maar andere paren kwamen veertien kilo aan. Daarom: iemand verwijten dat hij te dik is, en dat hij er maar wat aan moet doen, is te simpel."

Meer over: Nederlands Tweelingen Register, Prof.Dr. D.I.Boomsma, Tweelingenonderzoek, Vrije Universiteit.

Geef uw reactie



Naam
E-mail
Verberg mijn e-mailadres
Toon mijn e-mailadres bij mijn bericht
URL
Woonplaats
Land
Commentaar
  Type de tekens uit het plaatje over in onderstaand veld. Dit ter voorkoming van SPAM-berichten.
 
Stuur een kopie van dit bericht naar mijn eigen e-mailadres