Gedragsproblemen bij jonge kinderen worden grotendeels erfelijk bepaald. Dit is de belangrijkste conclusie van een onderzoek onder leiding van Prof. Dr. D.I. Boomsma naar tweelingen.
Dorret Boomsma |
Eeneiige tweelingen zijn interessant voor wetenschappers, omdat zij genetisch identiek zijn.
ADHD
De belangrijkste conclusie van het onderzoek luidt dat gedragsproblemen bij jonge kinderen grotendeels erfelijk worden bepaald. De tijd dat ouders van alles fout hebben gedaan als hun kinderen ADHD ontwikkelen, lijkt dus voorbij. Boomsma: "Het is veel te makkelijk te zeggen dat ouders tegenwoordig van alles fout doen. Uit ons onderzoek blijkt dat omgevingsfactoren niet van doorslaggevende betekenis zijn." Omgevingsfactoren zijn invloeden van buitenaf op een individu.
Louis (links) en David Raaymakers Iedereen schijnt een dubbelganger te hebben, maar voor tweelingen is dat zeker. Voor de presentatie van het boek zijn meer dan honderd tweelingen uitgeno- digd die hebben meegedaan aan het onderzoek. Een aantal van hen heeft zich identiek uitgedost, waar- door de één niet van de ander is te onderscheiden. De tienjarige tweeling Louis en David Raaymakers dragen nooit dezelfde kleding. Moeder Berny doet dat met opzet. Berny Raaymakers: "Ze zijn dan wel een tweeling, maar het is zeer belangrijk ze als individuen op te voeden. Ik zorg er altijd voor dat ze zich verschillend kleden en dat ze verschillende kleuren dragen. Het blijven tenslotte individuen: Louis heeft bijvoorbeeld een schoonheidspukkeltje bij zijn lip, David niet. Louis speelt liever buiten en houdt meer van warm eten dan David." Maar de overeenkomsten voeren toch de boventoon. Zo hebben ze nagenoeg dezelfde rapportcijfers en zijn al hun melktanden op hetzelfde moment gewisseld. Ook moeten ze tegelijkertijd naar het toilet. Foto's: René Thijsse/RNW |
Ook angsten en depressies blijken deels genetisch bepaald. Onze ouders geven ons het genetisch materiaal mee. Bij de één ligt daarin de aanleg voor depressie besloten en bij de ander niet. Je hebt mensen die de meest vreselijke dingen meemaken en niet depressief worden, terwijl anderen zeer snel van streek raken.
Intelligentie
Intelligentie is volgens Boomsma een eigenschap die zich afwijkend gedraagt. Bij kinderen van een jaar of zeven blijkt de invloed van genen minimaal. Het milieu waarin het kind opgroeit, is van doorslaggevender belang. Boomsma: "Naarmate kinderen ouder worden, verandert dat. De invloed van het ouderlijk milieu neemt af. In de pubertijd is het ‘t eigen erfelijk materiaal dat het IQ, de intelligentie, bepaalt.
Op oudere leeftijd neemt de invloed van genetische aanleg toe. Maar ook de wijze waarop je veroudert, hangt voor een groot deel af van je erfelijke aanleg."
De tweeling Aafje en Tine Vlaar lijken als twee
druppels water op elkaar. Ze kleden zich niet met
opzet hetzelfde, maar kiezen opvallend vaak dezelfde
kledij. Aafje: "We doen het bij toeval. We weten het
niet van elkaar en als we elkaar ontmoeten, is het
opvallend om te zien. Zij een sjaaltje om, ik een
sjaaltje om, zij in het grijs, ik in het grijs."
"Dat is intuïtie, het zijn de genen die het werk doen",
vult Tine aan. "We houden op dezelfde manier het
glas vast, en zitten we naast elkaar, dan zitten we
precies op dezelfde manier." Toch zijn er natuurlijk
verschillen: de één is wat dominanter dan de ander.
"Maar we hebben ook alle twee net een nieuwe
heup, het is ongelooflijk", zegt Aafje....of Tine.
Verhouding
Het is te ingewikkeld om precies de verhouding weer te geven tussen erfelijke aanleg en omgevingsfactoren. Boomsma:"Wat je hebt aan genetisch materiaal, moet tot expressie komen. Lichaamslengte is erfelijk bepaald, omdat wij ons in Nederland in een omgeving bevinden, die onze groei niet meer afremt. Als ik in een omgeving zit en ik heb de genetische aanleg om alcoholist te worden, maar er is geen drank te koop, komt de aanleg niet tot expressie."
Allerlei leefgewoonten zoals roken en drinken, blijken ook grotendeels genetisch bepaald. Het is dus te makkelijk te zeggen ‘eigen schuld, dikke bult'. Als het erfelijk is bepaald, zul je dat gedrag op een andere manier moeten proberen te beïnvloeden. Het heeft volgens Boomsma weinig zin om iemand bestraffend toe te spreken die moeite heeft om te stoppen met roken. Als dat niet lukt, hoeft het dus niet te liggen aan een gebrek aan wilskracht. Boomsma:"Dit is geen goede aanpak om het gedrag van dat soort mensen te veranderen. Je moet zoeken naar een andere benadering.
Te dik
In het boek staan ook passages over gewicht en overgewicht. Eeneiige tweelingen werden veertien dagen opgesloten. Ze kregen allemaal veel te veel eten. Er waren paren die vier kilo aankwamen, maar andere paren kwamen veertien kilo aan. Daarom: iemand verwijten dat hij te dik is, en dat hij er maar wat aan moet doen, is te simpel."
Meer over: Nederlands Tweelingen Register, Prof.Dr. D.I.Boomsma, Tweelingenonderzoek, Vrije Universiteit.
