De rol van de Nederlandse koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog is misschien wel beslissend te noemen. Die stelling durft maritiem deskundige Ab Kelder wel aan. Kelder heeft zich gespecialiseerd in het lot van de 800 schepen die tijdens de oorlog op zee waren.
Ab Kelder: 'de taktiek van de wolfpacks heeft ontzettend veel slachtoffers gemaakt' Foto: Maarten Stultjens/RNW |
"Die reders hebben de Nederlandse Handels- en Scheepvaart Commissie opgericht. Het beheer van al die schepen is daar ondergebracht," zegt Ab Kelder. En zo verenigden zich op 13 mei 1940 voormalige concurrenten. De Nederlandse schepen werden grotendeels verhuurd aan het Britse leger om ingezet te worden in het bevoorraden van Groot-Brittannië.
Wolfpacks
Uit Amerika werden tanks, trucks en munitie naar Engeland gevaren. Maar bijvoorbeeld ook graan, om de Engelse bevolking en het leger te voeden. Ze voeren vaak in konvooien, die in de Duitse onderzeeboten hun belangrijkste vijand hadden. Admiraal Dönitz had de tactiek van de 'wolfpacks' bedacht. Kelder: "Als een konvooi werd onderschept, verzamelden de Duitse U-boten zich rond zo'n groep schepen. Ze vielen niet aan met één of twee onderzeeërs, maar soms wel met tien. Dat heeft ontzettend veel slachtoffers gekost."
Van de totale bemanning van de Nederlandse vloot zijn ongeveer 3500 mensen omgekomen, waarvan 2500 door oorlogshandelingen.
Moermansk
De zwaarste transporten waren die naar het Russische Moermansk. Na de inval van Hitler in Rusland had Groot-Brittannië er opeens een bondgenoot bij, vertelt Kelder. "Churchill vond ze geen fijne jongens, maar was daar heel praktisch in. Liever een slechte kompaan dan een goede vijand."
De transporten gingen vanaf IJsland via de noord naar Moermansk. Kelder: "Bij vrijwel voortdurend daglicht waren ze een makkelijke prooi voor de Duitse vliegtuigen die vanuit het noorden van Noorwegen vlogen. Mensen die zich wisten te redden via reddingsboten keerden terug met bevroren voeten en handen. Dat waren de meest verschrikkelijke episodes uit de Moermansk-konvooien."
'Peaceful days of war'
Wim Hage uit Amstelveen was vierde stuurman op de Tawali toen hij hoorde dat Nederland was binnengevallen. Zes jaar later kwam hij weer thuis.
"Er werd direct een Vaarplichtwet ingevoerd. Die bepaalde dat alle bemanningsleden moesten blijven varen zolang de oorlog duurde, plus nog een jaar om Nederland weer te bevoorraden. Maar daar piekerde ik niet over. Ik was nog niet getrouwd." Hage rolde ongeschonden door de oorlogsdagen. "Ik noem het ook wel de 'peaceful days of war'."
Toch doorstond ook Hage bombardementen en aanvallen van de Duitse onderzeeboten. "Die onderzeeërs lieten zich natuurlijk niet zien. Je moest maar afwachten of de klap zou komen. Zoals de Engelsen zeggen: je was een ‘sitting duck': een makkelijk doelwit."
Bombardement
"De mof had een viermotorige bommenwerker voor de lange afstand, de Focke Wulf-Condor. Daarmee probeerden ze bommen in onze schoorstenen te gooien, bij tien schepen achter elkaar. Maar dat is verrekte moeilijk."
De bommen die op een zaterdagmiddag boven Hages konvooi werden losgelaten weken gelukkig nogal af. Vanachter zijn mitrailleur aan bakboord van de Bintang zag hij de Condors overkomen, zonder dat hij iets kon doen. "Ze vlogen zo hoog dat ze buiten bereik van ons geschut bleven."
Ondanks de bommenregen en de dreiging van de Duitse U-boten gelooft Hage niet dat hij in echt gevaar is geweest. Hij kijkt dan ook terug op 'een goede ervaring', al die jaren op zee. "Ik zit er niet mee in mijn maag, absoluut niet".| Hoewel de Nederlandse schepen in allerlei buitenlandse havens aanlegden, zijn er maar weinig bemanningsleden vertrokken. Ze waren verplicht om te blijven varen, en de meesten deden dat ook. Twee à drie procent van de zeevarenden verliet het schip, niet zelden nadat ze in een vreemde haven een vriendin hadden gevonden. Eén van hen was derde stuurman Petraeus uit Utrecht. Hij is in november 1941 'gedrost' en monsterde in januari '42 aan op een schip dat onder Panamese vlag voer. Later vestigde hij zich in Cornwall on Hudson. Zijn zoon werd bekend als bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Irak: generaal David Petraeus. |
dat hij eind 1941 vertrok bij de KNSM, en begin 1942 op een schip onder Panamese vlag verder voer. Hij is offi- cieel vermeld op een lijst met deserteurs (rechts) |
Meer over: ab kelder, koopvaardij, tweede wereldoorlog, wim hage
