In het restaurant van het vijfsterren Phoenicia InterContinental Hotel in de Libanese hoofdstad Beiroet is het internationale buffet deze week helemaal vernederlandst. Dankzij sterrenchef Edwin Kats kunnen de Libanezen deze week kennis maken met de Nederlandse keuken. En met topchefs van het Amstel Hotel achter het fornuis eet je in Libanon deze week lekkerder asperges en hutspot dan in menig restaurant in Nederland.
Het is een drukte van belang bij de klompenmaker in de lobby van het Phoenicia Hotel waar Kats sinds november werkzaam is. Drie Libanese dames staan gebogen over een collectie klompensloffen. Ze bestuderen de verschillende kleuren en knijpen in het materiaal. "Die houten zijn voor buiten, maar niemand draagt ze eigenlijk. Decoratief zijn ze natuurlijk wel," verkondigt een van de Libanese dames belerend. "Deze zachte zijn wel echt handig. Die kun je binnen gewoon als sloffen gebruiken," vervolgt ze en ze koopt twee paar.
Nederlandse week
Het is deze week ‘Nederlandse week' in het Phoenicia Hotel. Toevallig is dat niet, want Kats, voormalig chefkok van het Amsterdamse Amstel Hotel, geeft hier sinds november leiding aan 145 koks. Dit prestigieuze hotel aan de Middellandse Zee telt acht restaurants en huisvest regelmatig hooggeplaatste gasten als staatshoofden, ministers en popsterren.
De Libanese gasten happen gefascineerd in de gefrituurde bitterballen en natuurlijk ontbreekt ook de ‘croquet' - een Kats-klassieker - vanavond niet. De schrijver van het ‘Het Groot Culinair Croquetten Kookboek' vindt het leuk om hier te laten zien wat Nederland te bieden heeft. "We hebben natuurlijk niet zo'n traditionele keuken als hier. De Libanese keuken is veel rijker en ze hebben veel meer gerechten, maar we hebben allerlei mooie Nederlandse producten in laten vliegen. Mei is natuurlijk een perfecte maand vanwege de mooie asperges, de jonge groenten, het kalfsvlees en het lamsvlees," zegt hij.
Volle bak
En niet alleen de ingrediënten zijn ingevlogen. Speciaal voor de gelegenheid zijn ook twee ex-collega's uit het Amstel Hotel naar Libanon gekomen. Richard Matulessy en Martijn Heeg helpen de Libanezen met het bereiden van de typisch Nederlandse gerechten. "Ik vind het leuk hier. Meteen de eerste avond was het al volle bak, dus dat is hard werken," zegt Matulessy. Hij en Heeg zullen deze week een paar tripjes in Libanon maken om het land beter te leren kennen.
Een Libanese accordeonist speelt ‘Aan de Amsterdamse grachten' en de serveersters lopen in klederdracht. Bij binnenkomst kunnen de bezoekers een drankje drinken bij de Bols cocktailbar. "Ik ben gekomen voor de kaas. In Nederland hebben ze heerlijke kazen. Zodra ik de kans krijg koop ik Hollandse Goudse en ik hoop vanavond kazen aan te treffen die ik nog niet ken," zegt Natalie, een Libanese die met haar man is gekomen.
Haringkar
De Amsterdamse haringkar wordt druk bezocht. De Libanese Jade George had eigenlijk verwacht vanavond veel aardappels en kaas aan te zullen treffen. Een haring heeft ze eigenlijk nooit eerder gezien. "Maar ik ben dol op sushi, dus ik ga het proberen," zegt ze heldhaftig. De kleur spreekt haar niet erg aan. "Maar wel heel lekker," zegt ze na haar laatste hap.
Twee Nederlandse kinderen maken een dansje rond het toetjesbuffet. Wat zullen ze straks eens kiezen: een oliebol? Hemelse modder? Appelbeignets, wentelteefjes of misschien hangop met aardbeien?
Twee werelden
Kats (40) vertelt dat de natuur, de cultuur en de gastvrijheid in Libanon hem bijzonder goed bevallen. "Ik vind het een fantastisch land en een geweldige stad; mijn vrouw, mijn zoontje en ik hebben het echt enorm naar ons zin," zegt hij enthousiast. Hij is er al lang aan gewend dat er op bijna elke hoek van de straat een militair staat. "In het begin lijkt dat wat intimiderend, maar dat is het niet. Mensen denken altijd dat het hier levensgevaarlijk is, maar dat is natuurlijk niet zo," zegt hij.
Hij vertelt dat er hier juist een enorme feestelijke stemming heerst. "Armin van Buuren was hier vorige week nog en Tiësto een maand geleden. Pamela Anderson werd uit LA overgevlogen om hier het zomerseizoen te openen en dan gaat iedereen los."
Even wennen
Qua werk is het soms wel even wennen. De topchef heeft gemerkt dat de meeste dingen hier een stuk langzamer gaan. "Een nieuwe menukaart invoeren gaat in Nederland binnen drie, vier weken maar hier duurt het wel drie of vier maanden. Af en toe word je daar wel een beetje ongelukkig van. Het seizoen is alweer bijna voorbij voordat je een nieuwe menukaart kunt doorvoeren."
Aan het eind van de openingsavond is de klompenmaker tevreden met de verkoop. Bij zijn winkeltje staan nog altijd mensen met sloffen in hun hand. "Helemaal niet slecht, hier zo in Beiroet," zegt hij en hij rekent snel nog even af.
(Alle foto's (c) Daisy Mohr, RNW 2009)
Meer over: Edwin Kats, haring, Libanon, Nederlands week
