Radio Nederland Wereldomroep

Nederlands > NIEUWS > Midden-Oosten

Leven op de rand van een oorlog

Een bezoek aan de lekke grens van Irak

door Bette Dam in Abu Kamal

12-07-2007

Het grensconflict van Syrië en Irak blijft de gemoederen bezig houden. Begin juli sprak een Tweede-Kamerdelegatie met de Syrische president Bashar al Assad over onder andere de rol  van Syrië in Irak. En volgens de Amerikaanse president Bush komen veel strijders Irak binnen via Syrië.  Verslaggever Bette Dam ging een kijkje nemen. Conclusie? Op de grens heerst angst voor de Amerikanen, maar de jihad-strijders weten het lek wel te vinden.

kaart_abukamal.jpg

Abu Kamal, op de grens van Syrië en Irak

Na een bord met Abu Kamal en Bagdad komt de rand van Irak snel dichterbij. De autoradio laat Iraakse muziek horen. "Je wilt toch niet naar Irak, hè?", vraagt de chauffeur terwijl hij een eng gezicht trekt. Als hij "nee" hoort reageert hij opgelucht en trapt het gaspedaal nog eens flink in. Met volle vaart dalen we af, andere crossende auto's met vaak al Iraakse nummerborden en bestuurders in sneeuwwitte djellaba's en een rood-wit-geblokte hoofddoek, toeterend en gebarend achter ons latend. 

Wantrouwen
Op het eerste gezicht lijkt deze rafelrand van de oorlog vredig. Het plein van het grensstadje Abu Kamal doet middeleeuws aan. Uit de verse varkenskoppen die op de kramen geëtaleerd liggen, druipt nog bloed en de vele politiemannen proberen de rust te bewaren. Een blanke wordt dan ook direct wantrouwig in de kraag gevat. Na een gesprek over voetballer Van Basten en over de prachtige 5000 jaar oud  ruines -het formele reisdoel- laten ze ons met rust.

In het centrum van het stadje wordt de achterdocht tegen westerlingen voelbaar. Een voetbal op het plein komt direct stil te liggen als de scheidsrechter een westerling in zijn publiek ziet staan. Hard prikt hij me in de bovenarm en vraag kwaad: "Ameriki?". Nee, Nederland. "Ook slecht. Jullie steunen ook wat hiernaast gebeurt", zegt hij terwijl hij naar Irak wijst. "Wij voelen met ze mee, want we zijn Irakees", zegt de man, die zichzelf Mo noemt. Achter hem verzamelen de pupillen zich en knikken instemmend. Maar Mo is nog niet klaar. "De grond waar je nu op staat was Irak, voordat jullie westerlingen hier in de jaren twintig ineens een grens trokken", gaat hij verder terwijl hij meer en meer zijn stem verheft. Zijn ogen spugen vuur als hij zegt: "Maar wat denk jij? Dat we ons iets aantrekken van die grens? We zijn Irakees, nog steeds. De clans, de families, onze taal. We steunen de strijd in Irak."

Abukamal_Euphrates.jpg
De Eufraat, gezien vanuit Abu Kamal. Foto: Hasan.

Hiernaast
Een paar uur deed hij er maar over - voor de oorlog - om in het nu zwaarbevochten Iraakse plaatsje Fallujah te komen. Mo was daar vaak en ontmoette er ook zijn vrouw. "Het is toch niet te geloven dat er niks meer over is van die plaats? We hebben een jong zoontje, maar als ik die niet had gehad, was ik gaan vechten met al die andere jongens die wel zijn gaan strijden in Irak."

In het vrouwengedeelte van een plaatselijk café komt Mo wat tot rust. Sorry, zegt hij, maar het maakt hem allemaal zo boos. Student Engels en voetbalmaatje van Mo, Achmed, klopt hem even troostend op de schouder. "Het gaat iedereen hier aan het hart wat hiernaast gebeurt." Ook hij wilde naar Irak gaan, net als zijn vrienden. Een stuk of vier maten hebben de Iraakse gevangenissen van binnen gezien nadat ze opgepakt waren door de Amerikanen, zegt hij ."Ach, ze zeggen dat ze ook in Abu Graib hebben gezeten, maar ik weet niet of dat waar is", lacht hij onverschillig. Of hij zelf nog plannen heeft? "Nee, het is erg gevaarlijk om nu de grens over te gaan en bovendien vechten de Arabieren nu met elkaar, dus waar moet ik beginnen?" zegt de 27-jarige student.

Strijders
In 2003 en 2004 was de sfeer niet zo voorzichtig in Abu Kamal. Toen was het een dagelijks komen en gaan van strijders in het plaatsje, vertelt journalist Abdalla uit Abu Kamal. Het was de normaalste zaak van de wereld. Lange rijen jihadi''s staken de grens over met zelfgemaakte bomgordels. Abdalla was erbij toen 'trotse' mensen in Abu Kamal de strijders uit Jemen, Saoedi-Arabië en ook Syrië, nog een laatste maal aanboden voordat ze de oorlog instapten. Abdalla kent de jongens, zegt hij, en hij heeft over ze geschreven. Sommigen zijn teruggekomen, sommigen niet.

Op de laatste paar meter naar de echte grensovergang lopen we in de voetstappen van die strijdlustige, jonge jongens. Vanuit hier gingen ze er voor. Toen. Nu is er maar weinig meer over van de winnaarmentaliteit uit die eerste oorlogsjaren. Het gebied is verlaten. De lege douanehokjes, met het portret van voormalige Syrische president, raken voller en voller met de streep zand die boven het oppervlak van de straat waait. De tax-free-winkeltjes vertellen alleen nog het verhaal van voor de oorlog.

Amerikanen
Eén man die nog wat probeert te verkopen kijkt meewaardig de grens over. De voornaamste reden dat het hier bij deze overgang rustig is, is een groot militaire kamp, honderd meter verderop. Dat zijn ze, zegt hij zacht. De Amerikanen. Samen turen we naar de grote legerbruine basis die direct achter de roestige slagboom van Syrië opdoemt. Hoge spitse kijkposten houden de grens sinds twee jaar in de gaten. Er komen bij deze officiële grensovergang niet zo veel mensen meer, zegt hij.

Abukamal_tent.jpg

Bedoeinentent bij Abu Kamal. Foto: Hasan.

ICG: VS exporteren Irak-probleem naar Syrië

Zowel Irak als de Verenigde Staten proberen 'het
probleem Irak' te exporteren naar buurlanden, en die
mede-verantwoordelijk te maken. En dat is onterecht.

Dat zegt Peter Harling woonachtig in Damascus,
en aangesloten bij het gerenommeerde
onderzoeksinstituut International Crisis Group.

"De aantallen representeren zeker niet de omvang
van de huidige aanslagen. Dat is veel meer het
resultaat van het Iraakse en Amerikaanse beleid
dan van buitenlandse strijders."

Volgens Harling zouden Irak en Syrië beter moeten
samenwerken om de grens dicht te krijgen. Dat
gebeurt ook al in Jordanië, zegt hij. Maar totnogtoe
wil de VS dat niet met Syrië.

 ZIE OOK:

De winkeleigenaar haalt er een van zijn kennissen bij die woedend is op deze Amerikanen. Ze gaan te ver, schreeuwt mevrouw Hassan Mei nadat ze ons een hand heeft gegeven. Niet zo hard, sist de verkoper, terwijl hij naar de legerbasis wijst. Ze duwt ons naar een lemen huisje. Ze wil iets laten zien. Eenmaal op het dak wordt duidelijk wat er volgens haar is gebeurd.

Hier stond haar zoon water te halen, toen de Amerikanen hem drie keer in zijn rug schoten, stamelt Hassan. Hij was op slag dood. "Kijk, ze willen ons weghouden bij de grens, dat snap ik. Maar hier krijg je alleen nog maar meer onrust van", legt mevrouw Mei de toestand in Abu Kamal uit. Als we op het dak omkijken, lijkt het alsof we recht in de verrekijkers van de Amerikanen loeren. Snel, weg hier, roept Hassan.

De dreigende geweerlopen van de Amerikanen lijken de 'Irakezen' aan de Syrische kant te imponeren. Maar of de loyaliteit aan de strijders in Irak erdoor geknakt wordt? De bewoners zijn wel banger geworden, zegt journalist Abdalla. Maar de oversteek van vrijwilligers, en ook de smokkel van geld en wapens vanuit verschillende landen via Syrië naar Irak gaat door. Abadlla: "De smokkelaars weten uiteindelijk de gaten in de ruim 600 kilometer lange grens te vinden."

Gerelateerde dossiers


Geef uw reactie



Naam
E-mail
Verberg mijn e-mailadres
Toon mijn e-mailadres bij mijn bericht
URL
Woonplaats
Land
Commentaar
  Type de tekens uit het plaatje over in onderstaand veld. Dit ter voorkoming van SPAM-berichten.
 
Stuur een kopie van dit bericht naar mijn eigen e-mailadres