"Het bezoek van de paus aan Turkije staat meer in het teken van de oecumene dan van de dialoog met de islam", zei kardinaal Walter Kasper vorige week tegen Radio Vaticana. De voorzitter van de pauselijke raad ter bevordering van de eenheid der christenen vatte daarmee samen wat Benedictus XVI in Turkije te zoeken heeft: bondgenoten in de strijd voor de versterking en hereniging van de christenheid. Daarom wordt zijn onderhoud met Bartholomeüs I, de oosters-orthodoxe patriarch van Constantinopel, het hoogtepunt van zijn reis.
Voor zijn uitverkiezing vorig jaar had paus Ratzinger - toen nog als Prefect van de Congregatie voor Geloofsleer - de katholieke kerk al een kwart eeuw behoed voor elke nieuwlichterij in zaken als abortus, euthanasie, homoseksualiteit en vrouwen op de kansel. En wat de liturgie aangaat, is hij nog traditioneler dan zijn voorganger. Missen met gitaarspel heeft hij verboden en hij werkt aan herstel van de klassieke Latijnse mis. Zijn grootste zorg is de teloorgang van het christelijke karakter van het door onkerkelijkheid en andere geloven belaagde Europa.
| Luister naar correspondent Aart Heering | |
Anders dan Johannes Paulus II, die ooit de Koran kuste en in Assisi samen met andere geestelijke leiders voor de vrede bad, voelt hij daarom niets voor dit soort contacten, die volgens hem het eigen, ware geloof verwateren. Benedictus' levensdoel is de herkerstening van het Avondland (het Europese continent) en daarbij schroomt hij niet om de verschillen met andere overtuigingen duidelijk onder woorden te brengen.
Soms verliest hij daarbij de diplomatie een beetje uit het oog. Zoals in september, toen hij in een toespraak tot een Duitse universiteit de Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos aanhaalde, volgens wie Mohammed 'uitsluitend slechte en onmenselijke dingen heeft gebracht'. Daarmee riep hij een storm van protest op vanuit de moslimwereld en zag hij zich genoodzaakt tot een serie pijnlijke verontschuldigingen. De burgemeester van Istanbul vond het nog niet voldoende en laat dan ook verstek gaan wanneer de paus zijn land bezoekt. Maar eigenlijk kan dat Benedictus niet veel schelen.
Byzantijnse rijk
"En nu naar Byzantium!", riep hij afgelopen zomer uit. Zijn keuze van de antieke naam voor Istanbul is veelzeggend. Het gaat hem niet om het moderne Turkije, dat volgens hem maar beter buiten het christelijke Europa kan blijven, maar om het laatste overblijfsel van het christelijke Byzantijnse Rijk. Om de christelijke identiteit van Europa te versterken streeft de paus naar een grotere eenheid van de christenen onderling. In een hereniging met de protestanten, met hun vaak wel erg ketterse denkbeelden, ziet hij niet veel. Maar toenadering tot de 240 miljoen orthodoxen, met wie er geen grote theologische geschillen zijn en die evenzeer hechten aan de aloude liturgie, vindt hij het proberen waard.
Zijn bezoek aan Bartholomeüs I, formeel de hoogste geestelijke leider van de oosters-orthodoxe kerk, is daartoe een eerste stap. Ratzingers Duitse rede was indirect ook tot de patriarch gericht: niet voor niets citeerde hij een Byzantijnse keizer, die zijn leven lang geprobeerd heeft om katholieken en orthodoxen te verenigen tegen de oprukkende muzelmannen.
Schisma
Probleem is wel dat voor Benedictus, evenals zijn voorgangers, een hereniging alleen denkbaar is onder leiding van de paus van Rome, als enige echte plaatsvervanger van Christus op aarde. De orthodoxe geestelijke leiders denken daar fundamenteel anders over, zodat het einde van het 952 jaar oude Schisma, de breuk tussen de beide confessies, nog wel even op zich zal laten wachten.
Meer over: Bartholomeüs I, benedictus, islam, paus, ratzinger, reis, turkije
