De bouw van windparken op zee is wat betreft milieueffecten omstreden. Groene stroom is natuurlijk goed, maar wat betekenen die reusachtige malende wieken voor langsvliegende vogels? En wat te denken van de trillingen en het lawaai van de draaiende generatoren? Tot nog toe is één aspect van de offshore windparken buiten beeld gebleven: de bouw van de fundering, die met het nodige heiwerk gepaard gaat.
Maritiem Onderzoeksinstituut Imares op Texel onderzocht de effecten van offshore heien. Leider van dat onderzoek is professor Han Lindeboom. Volgens hem is de schaal van de werkzaamheden schrikbarend. Er moeten reusachtige betonnen palen met een diameter van 4 meter de zeebodem ingeslagen worden. De bouw van voldoende windparken om zelfs maar een vijfde van de Nederlandse energiebehoefte duurzaam op te wekken, gaat decennia duren. De klappen die het heien onder water gaat veroorzaken, bereiken waarden van 200 decibel.
Overdonderend lawaai
Ter vergelijking: 80 decibel veroorzaakt bij de mens permanente gehoorschade. En het zeeleven? Wat betekent extreem lawaai bijvoorbeeld voor zeehonden of bruinvissen? "We hebben het geluid gemeten bij de bouw van het windmolenpark voor de kust bij Egmond aan Zee", zegt Lindeboom. "Daaruit blijkt dat tot op ongeveer een kilometer afstand bruinvissen dusdanige gehoorschade oplopen dat het voor hen dodelijk zou kunnen zijn."
Dat komt doordat geluid onder water veel verder draagt dan door de lucht. Imares wist al voor de werkzaamheden bij Egmond dat dit soort geluidsdruk bij het heien zou optreden. Daarom was het advies aan de bouwers om de zeezoogdieren voor de aanvang van het heien weg te jagen. De benodigde apparatuur bestaat al. Zogenaamde ‘pingers', een soort bel die onder water een geluid maakt waaraan bruinvissen en zeehonden een hekel hebben. Ze zwemmen weg. Ook in de visserij zijn pingers een gangbaar hulpmiddel om bruinvissen uit de netten te houden. Dat werkt prima, volgens Lindeboom. "Ongeveer vier uur van te voren gaat de pinger aan. Die bruinvissen merken dat, en zwemmen weg. Voordat überhaupt de eerst klap op die palen wordt gegeven, zijn ze al kilometers ver weg."
Vertrokken
Prof. Han Lindeboom,(foto (c) Imares)
De maritieme onderzoekers én de bouwers werden bovendien verrast door de intelligentie van zeezoogdieren. Ze houden van hun rust. Toen de medewerkers van Imares wilden bijhouden waar de dieren naartoe gingen als de werkzaamheden begonnen, bleken ze allang vertrokken. Voordat het feitelijke heien begon, leverde het op zijn positie brengen van de eerste paal al zoveel onrust op dat de zeehonden en bruinvissen hun biezen pakten. Op een afstand van zes tot tien kilometer horen de dieren het heien nog wel onder water, maar het is beslist niet schadelijk meer.
De andere negatieve milieu-effecten van windmolenparken op zee zijn ook onderzocht. De angst dat vogels tegen de wieken aanvliegen, blijkt ongegrond. De dieren zijn niet blind en vliegen gewoon om de molens heen. Uit controle op de stranden of er meer dode vogels waren aangespoeld, bleek geen toename. Bij vissen is het beeld wisselend: sommige soorten verhuizen, anderen vinden het juist prettig binnen de grenzen van een windpark. Scheepvaart er niet is toegestaan en ze zijn veilig voor vissers.
Bodemleven
Eigenlijk is heien alleen een probleem voor het bodemleven. Een garnaal ontploft gewoon als hij wordt blootgesteld aan een geluidsniveau van 200 decibel. En dat geldt voor alles wat daar groeit of kruipt. Maar, zo stelt professor Lindeboom; dat is een tijdelijk effect. Het houdt op als de bouw klaar is. Dan ontstaat vervolgens een relatief rustig gebied waar het bodemleven snel weer terug is.
| Zeehonden zijn slimmer dan we denken. |
Kanttekeningen
Toch wil Han Lindeboom wel een kanttekening plaatsen. Het mag zo zijn dat het zeeleven zich aanpast aanbouwwerkzaamheden voor windmolenparken, het is de moeite waard om er rekening mee te houden. Heien kan ook in de winter, buiten het broedseizoen. Je kunt voorkomen dat alle landen aan de Noordzee tegelijkertijd gaan heien waardoor de dieren omsingeld raken en nergens een rustige plek kunnen vinden.
En tenslotte is er de techniek. Je kunt heipalen ook in de zeebodem trillen, of schroeven, vindt hij. Dat is weliswaar duurder, maar vriendelijker voor het zeeleven. Al met al is het motto volgens Lindeboom; "De bouw van windmolenparken hoeft geen onoverkomelijk bezwaar te zijn voor het zeemilieu, maar je moet wel de vinger aan de pols houden."
Meer over: Han Lindeboom, Imares, milieu-effecten, Noordzeewind, windmolenparken
