Op de klimaattop in Nairobi zijn slechts kleine stapjes gezet tegen de verdere opwarming van de aarde en klimaatverandering. Er is overeenstemming bereikt over een Adaptatiefonds. En ontwikkelingslanden, in het bijzonder in Afrika, krijgen hulp bij hun zogeheten 'schone' ontwikkelingsprojecten.
Op de Klimaattop is geen overeenstemming bereikt over een opvolger van het Kyoto Protocol dat in 2012 afloopt. Voorafgaand aan de conferentie werd gehoopt op een raamwerk voor de periode na 2012. Afspraken over Kyoto II zijn van groot belang voor de handel in emissierechten, want als de verplichting voor reductie wegvalt, stort de markt voor emissiehandel ineen.
| Luister naar het interview met staatssecretaris Van Geel | |
Staatssecretaris Van Geel van Milieu toonde zich teleurgesteld over het verloop van de conferentie. Er is volgens hem toch weer te veel over kleine details gesproken. "Dat gebrek aan ambities voor de toekomst kan ik heel slecht uitleggen. En ik kan er ook zelf steeds slechter tegen dat we ook allemaal over punten en komma's gaan praten en niet over de belangen waar het echt om gaat." Volgens de staatssecretaris wordt het hoog tijd dat de Verenigde Staten zich aansluiten bij het Kyoto Protocol.
Van Geel is wel positief gestemd over de concrete maatregelen die voor ontwikkelingslanden zijn genomen, vooral voor Afrika. Want al lijkt de klimaattop niet tot een spectaculaire doorbraak te hebben geleid, er is wel veel bereikt voor ontwikkelingslanden. Er is eindelijk overeenstemming bereikt over de financiering van het Adaptatiefonds, dat deel uitmaakt van het Kyoto Protocol. Via dit fonds worden projecten gefinancierd om landen te helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie), bijvoorbeeld droogte of overstromingen. Op termijn moet dit fonds 300 tot 500 miljoen dollar gaan beheren.
Beheer
Maar de urgente vraag wie dit geld moet gaan beheren, is ook in Nairobi niet beantwoord. Ontwikkelingslanden eisen een grote stem in dit fonds omdat zij bang zijn dat de geïndustrialiseerde wereld gaat bepalen wat de juiste strategie moet zijn van nationale overheden. Het feit dat het Adaptatiefonds op dit moment over slechts drie miljoen dollar beschikt, wijst er niet op dat er op korte termijn projecten van de grond komen.
Eerder deze week kondigde VN secretaris-generaal Annan een plan aan dat ontwikkelingslanden moet helpen bij de financieringsaanvraag van milieuvriendelijke projecten, de zogenoemde CDMs. Het Clean Development Mechanism zorgt ervoor dat industrielanden hun uitstoot van CO2 kunnen verminderen als zij investeren in duurzame projecten in ontwikkelingslanden. De aanvraag voor zo'n project is ingewikkeld en is duur. Bovendien is de toewijzing van de projecten ongelijk verdeeld. Het overgrote deel is in handen van Brazilië, China en India. In Afrika zijn er slechts vier, waarvan een recentelijk in Kenia. Het Nairobi Framework dat Kofi Annan lanceerde moet daar verandering in brengen.
Hete hangijzers
Aan het begin van de ministersconferentie tijdens de klimaattop leek het er even op dat de delegaties van de 189 aanwezige landen zich zouden laten leiden door de toespraak van Annan. In ongekend harde bewoordingen vroeg hij om serieuze actie: "Tot nu toe heeft de wereld een angstwekkend gebrek aan leiderschap getoond in de strijd tegen klimaatverandering", zei Annan. Hij hekelde het gebrek aan bereidheid de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hij noemde de huidige economie 'een ongecontroleerd experiment met het wereldwijde klimaat'.
Maar uiteindelijk is er niets bereikt over verdere reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Ook een mogelijke uitbreiding van het protocol met andere schadelijke broeikasgassen, de opslag van CO2 of een verbetering van de emissiehandel moeten worden verschoven naar een volgende klimaattop. Daar zal de aandacht vooral moeten uitgaan naar het wegnemen van het wantrouwen en de achterdocht bij ontwikkelingslanden. Zij moeten ervan overtuigd worden dat ook zij kunnen profiteren van het Kyoto Protocol.
