Bouterse's NDP koestert nog altijd de coup van februari
1980. Suriname herdenkt de revolutie van 25 jaar geleden. Op 25 februari 1980 grepen 16 onderofficieren van het Surinaamse leger de macht. Nu, 25 jaar later, is oud-legerleider Bouterse, kandidaat voor het presidentschap.
De politieke partij van Desi Bouterse, de NDP ziet 25 februari nog altijd als de start van een revolutie en als een heroïsch feit. Maar de opstand van de sergeanten werd een politiek fiasco en ontaardde voor veel Surinamers in een drama.
In de begindagen kregen de militairen het voordeel van de twijfel. De Surinaamse bevolking was de arrogantie van de regering-Arron spuugzat. Ook vanuit Nederland klonken mopperende geluiden. Miljoenen aan ontwikkelingsgeld stroomden binnen, maar toch leek het land stil te blijven staan. Velen vonden het tijd om schoon schip te maken.
Terugkijkend op die turbulente jaren tachtig weigert partijleider Desi Bouterse ook nu nog te spreken van een militaire dictatuur. "In de vele kabinetten die de militairen na februari '80 installeerden zijn opgeteld slechts drie militairen benoemd", zegt hij. Dat is volgens hem het bewijs dat militairen zich afzijdig hielden van het burgerlijk bestuur. Maar de praktijk was ingewikkelder, want het leger deelde de lakens uit in het land. De zestien coupplegers namen zitting in de Nationale Militaire Raad, NMR, en regeerden per decreet. In augustus 1980 werd het parlement naar huis gestuurd en kwam Suriname kwam in de greep van angst, wraak en achterdocht.
Fidel Castro als grote voorbeeld
Militairen hebben niet doorgeleerd om een land te besturen en de NMR zocht daarom steun bij intellectuelen uit de progressieve hoek. Weliswaar deed de marxistische Surinaamse Volkspartij niet mee, maar een afsplitsing was bereid om Bouterse en zijn mannen te steunen in hun 'revolutionaire proces'. Voor deze intellectuelen, die nog maar net de opstandige jaren zestig en zeventig op de Nederlandse universiteiten waren ontgroeid, had 'revolutie' een magische klank. Cuba onder andere was hun lichtend voorbeeld.
Zwarte bladzijde
De combinatie van militaire dictatuur en socialistische dogma's werd Suriname fataal. De moord op 15 politieke tegenstanders in december 1982 werd het absolute dieptepunt van de militaire dictatuur. En er gebeurde meer dat het daglicht niet kon verdragen: verdwijningen en het uitmoorden van het boslandcreolendorp Moi Wana zijn enkele voorbeelden. De zogeheten revolutionaire periode van 1980 tot 1987 groeide uit tot een nationaal trauma.
De Nationale Democratische Partij, de politieke partij van Desi Bouterse die begin jaren negentig is opgericht, koestert de staatsgreep nog altijd als de start van een revolutionair proces. Toch zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk in Suriname intussen steeds groter geworden. Er is een nieuwe klasse van superrijken ontstaan en het land heeft te maken met een actieve drugsmaffia. De boodschap van Bouterse's NDP, 'een herverdeling van belangen' klinkt dan ook wat wrang. Temeer omdat ook de coupplegers zelf, althans degenen die nog leven, niet onbemiddeld uit het "proces" tevoorschijn zijn gekomen. Maar het proces moet worden afgemaakt, vindt Bouterse.
De oud-legerleider is in dit verkiezingsjaar door de NDP gekandideerd voor het presidentschap. Dat is opmerkelijk, want in Nederland is hij veroordeeld voor grootschalige drugssmokkel. Hij kan dus eigenlijk het land niet uit. En voor zijn betrokkenheid bij 'de 8 december moorden' moet hij later dit jaar voor de Surinaamse rechter verschijnen. Vraag is of het land niet gaat terugvallen in een isolement als Bouterse president wordt.
NDP-jeugd
In Suriname is intussen een compleet nieuwe generatie opgegroeid die de militaire periode niet of niet bewust heeft meegemaakt. Toch heeft de partij een actieve jeugdbeweging, die zich vooral voelt aangetrokken tot het leiderschap van Bouterse. De vraag is nog hoelang de NDP het revolutionaire gedachtegoed blijft koesteren, voordat ze zichzelf daarmee uit de markt prijst.
Meer over: Bouterse, militairen, NDP, NMR, revolutie, staatsgreep
