Minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin en een aantal Nederlandse gemeenten hebben 17 oktober de Landelijke Verwijsindex Risicojongeren (VIR) ondertekend. Daarmee is de verwijsindex officieel in werking getreden. In de index worden jongeren geregistreerd die regelmatig in de problemen komen.
De VIR is iets anders dan de VIA, de Verwijsindex Antilliaanse Jongeren. Daarvan heeft de rechter eerder bepaald dat die discriminerend is, na bezwaren van de belangenorganisatie OCAN wegens de registratie op basis van afkomst. Minister Ella Vogelaar van Integratie heeft overigens beroep aangetekend tegen de beslissing van de rechter.
De gemeente Almere is een van de steden die de VIR heeft ondertekend. Wethouder Haanstra van Jeugd zegt dat de verwijsindex nuttig is om snel te kunnen handelen als een jongere bij meerdere instanties bekend is: "Ook als gezinnen verhuizen wordt er in de nieuwe gemeente snel gezien dat er al instanties bezig zijn geweest met zo'n kind."
Almere had al een eigen index, maar deelt die informatie nu met andere gemeenten, zodat 'de mazen in het net kleiner' worden. Registratie van de etniciteit zit niet in de VIR, maar Almere was daar onder voorwaarden wel voorstander van. "Wij wilden een bepaalde doelgroep, die heel erg mobiel is, in de gaten kunnen houden."
Haanstra denkt dat de VIA overbodig is als de VIR eenmaal een landelijke dekking heeft. Nu hebben nog maar drie gemeenten de verwijsindex ondertekend. "Als dit landelijk werkt, zou dit ook Antilliaanse jongeren moeten kunnen signaleren." Het beroep van minister Vogelaar tegen de afwijzing van de VIA begrijpt de wethouder wel, omdat het nog even kan duren voor die kan opgaan in de VIR.
Meer over: Almere, Antilliaanse jongeren, minister Vogelaar, risicojongeren, Rouvoet, verwijsindex, VIA, VIR, wethouder Haanstra
